Luchthavenweg 99, 5657 EA Eindhoven        Inloggen op portal

De vèrstrekkende gevolgen van het arrest van de Hoge Raad over de box 3-heffing

Schrijver

Kelly Nguyen

Gepubliceerd op

10 februari 2022

De vèrstrekkende gevolgen van het arrest van de Hoge Raad over de box 3-heffing

Op 30 december 2021 hebben wij een artikel gepubliceerd over het inmiddels geruchtmakende arrest van de Hoge Raad over de box 3-heffing. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de box 3-heffing voor de jaren 2017 en 2018 strijdig is met het Europese recht. Het standpunt van de Hoge Raad is dat alleen het werkelijk rendement op box 3-vermogen belast mag worden.

De belastingdienst is wettelijk verplicht binnen zes weken nadat het arrest is gewezen, uitspraak te doen op de ingediende bezwaarschriften tegen de box 3-heffing. Dat is op 4 februari 2022 gebeurd. De belastingdienst heeft de bezwaarschriften voor de jaren 2017 tot en met 2020 gegrond verklaard. Uiterlijk 4 augustus 2022 moeten de aanslagen zijn verminderd. Hoe dat moet gebeuren, is nog niet duidelijk. De Staatsecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst Van Rij, heeft aangegeven dat het kabinet het arrest van de Hoge Raad zo goed mogelijk wil uitvoeren. Men hoopt in mei daarover meer duidelijkheid te hebben.

Hoe nu verder?
De Hoge Raad heeft weliswaar aangegeven dat alleen het werkelijk rendement op box 3-vermogen mag worden belast. Over hoe dat in de praktijk precies moet plaatsvinden, heeft de Hoge Raad niets gezegd (dat is ook niet de taak van de Hoge Raad). Het kabinet heeft hiervoor onder meer adviezen gevraagd aan deskundigen.

Het kabinet moet onder meer een standpunt formuleren over:

  1. Heeft iedereen recht op een compensatie of alleen de mensen die bezwaar hebben gemaakt tegen de box 3-heffing?
  2. Wat is “werkelijk rendement”? Bij spaartegoeden is dat eenvoudig te bepalen, maar hoe moet dat bepaald worden bij bijvoorbeeld onroerend goed? Gaat het dan alleen om de huuropbrengsten en tellen waardestijgingen (of -dalingen) ook mee als rendement?
  3. Moeten op basis van bijvoorbeeld CBS-cijfers de werkelijke rendementen op spaartegoeden, effecten en onroerend goed worden berekend of dient dit per belastingplichtige te worden bepaald?
  4. Dient de teruggave te worden berekend op basis van het rendement van alleen de spaartegoeden of op basis van het totale box 3-vermogen (dus met beleggingen in aandelen en onroerend goed)?

Voorlopig worden er geen definitieve aanslagen inkomstenbelasting voor de jaren 2017 tot en met 2021 opgelegd als sprake is van box 3-vermogen, tenzij de aanslagtermijn dreigt te verlopen of daarvoor een andere aanleiding bestaat.

Naast de compensatie van belastingplichtigen, wil het kabinet zo snel mogelijk de wet aanpassen via spoedwetgeving. In 2025 moet nieuwe belastingwetgeving in werking treden, waarbij het werkelijk genoten rendement op vermogen wordt belast.

Onze verwachting
Nog afgezien van de grote budgettaire gevolgen voor de overheid, is de uitvoerbaarheid van de compensatie ook een probleem. De belastingdienst dient ongeveer 200.000 aanslagen te verminderen, waarbij het praktisch onmogelijk is om voor iedere belastingplichtige maatwerk te leveren (daarvoor heeft de belastingdienst geen capaciteit). Wij denken dat men op basis van objectieve cijfers het rendement per vermogenscategorie gaat vaststellen en op basis daarvan de compensatie gaat vaststellen. Degenen, die het daar niet mee eens zijn, zouden dan op basis van de door hen aangeleverde gegevens het genoten rendement moeten aantonen, zodat deze belastingplichtigen alsnog belast worden voor hun werkelijk genoten rendement. De meeste belastingplichtigen zullen akkoord gaan met de door de belastingdienst berekende compensatie. Alleen in de gevallen, waarbij het genoten rendement significant afwijkt van de berekening van de belastingdienst en het de moeite loont, zal bezwaar worden aangetekend.

Ten slotte
De compensatie en nieuwe box 3-wetgeving zullen dit jaar ongetwijfeld een zeer belangrijk thema blijven. Er komt spoedwetgeving voor de jaren 2022 tot 2025 om zo snel mogelijk te voldoen aan het standpunt van de Hoge Raad. Het is de bedoeling dat in 2025 een herziening van de wet komt, waarbij men de werkelijke rendementen (inclusief bijvoorbeeld koerswinsten op effecten of waardestijgingen van onroerend) wil gaan belasten. Op welke manier dat moet, zal ongetwijfeld flinke politieke discussies opleveren.

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details